De mensen met wie ik werk tonen een onbevangenheid die velen als kind al verloren zijn
Bert Hop is beeldend kunstenaar. Hij werkt al zeventien jaar bij de ArtCrew, het kunstatelier van de Baalderborg Groep. Dat doet hij twee dagen per week. We spraken hem over zijn werk en de wijze waarop het gedachtegoed van Positieve Gezondheid hier een rol in speelt.
Wat vind je mooi aan dit werk?
Het leukste is om mensen door middel van het beeldende en creatieve in hun kracht te zetten, zelfstandig te leren denken en beslissingen te laten nemen. Het is heel actief, je ondersteunt hen om hun eigen wereldbeeld vorm te geven. Dat doe ik door het aanbieden van creatieve werkvormen. In hun werk kunnen de mensen hier heel zelfstandig handelen en besluiten nemen. Daarmee leg je een basis voor het leven buiten de ArtCrew.
Je bent kunstenaar, maar je bent daarnaast ook coach?
Zo zou je het kunnen zeggen. Vanuit mijn eigen beroepspraktijk ben ik ook coach geweest en dan vanuit de beeldende kunst, de creatieve gedachte. Je coacht mensen op een heel andere manier dan we gewend zijn. Juist door dat creatieve brein te openen, dienen zich andere wegen en mogelijkheden aan. Je bent coach in die zin dat je mensen de route wijst naar een manier om de regie in eigen hand te nemen.
Ik ben geen zorgmedewerker, maar ik heb wel de verantwoording voor de mensen die hier komen. Dat is voor mij een basisprincipe. Zorgen voor iemand kan soms betekenen dat er van de eigen regie weinig overblijft. Bij de ArtCrew leren we de mensen die hier werken om te kijken naar hun mogelijkheden en wat ze zelf kunnen doen. Zo zetten we hen in hun kracht en geven we ze zelfvertrouwen, weerbaarheid en een stukje trots. Dat zie ik als mijn belangrijkste verantwoordelijkheid.
Hoe ziet een dag bij de ArtCrew eruit?
De dag begint voor mij altijd heel basic. Ik begin met te kijken hoe iemand binnenkomt. Dat zie je, dat lees je aan de houding. Is iemand vrolijk of verdrietig? Is dat laatste het geval, dan besteed ik er aandacht aan om diegene uit dat gevoel te halen. Het is mijn doel dat aan het einde van de dag iedereen vrolijk naar huis gaat. Er is veel ruimte voor persoonlijke aandacht. Hoe gaat het? Waar ben je mee bezig? Op een gegeven moment gaan we dat vertalen in iets creatiefs waar men mee aan de slag kan.
De basis voor creativiteit is tekenen, heel simpel tekenen. Daar begint het mee. In dat tekenproces kun je jezelf verder ontwikkelen. Dan zie je al heel snel wat iemand leuk vindt of spannend of een uitdaging. Dat is voor ieder individu weer anders. Daar reageer je op met vragen zoals: 'Wat teken je en waarom? Wat vind je daar leuk aan? Wat wil je ermee doen?' Je biedt keuzes aan. Ze moeten ook actief nadenken, bijvoorbeeld als ze niet weten wat ze moeten tekenen. Dan zeg ik: 'Ga maar eens op internet kijken.' Als ze niet kunnen schrijven, dan schrijf ik de letters op een papiertje. Die mogen ze dan zelf intypen en dan zeg ik: 'Als je op dat knopje drukt, komt het op het scherm tevoorschijn.' Het duurt niet lang voordat ze mijn hulp daarbij niet meer nodig hebben en zelf de computer induiken. Het stimuleren om zelf dingen te doen, doe ik overigens ook uit eigenbelang. Er komen steeds meer mensen, de zorgtijd wordt steeds minder, de zorgvraag blijft hetzelfde.
Hoe ga je daar als begeleiding mee om?
Ik kan niet iedereen maar achternalopen en dingen voor ze doen, want daar word je zelf helemaal gek van. Mijn insteek is zo snel mogelijk de mensen in hun eigen kracht te zetten, zodat ze de dag helemaal zelf kunnen inrichten. Je creëert dan een soort modus waarin mensen eigen initiatieven nemen. Mijn werk is om aan te sturen en aan te wakkeren. Als ze afwachten en zich afvragen: 'Wat moet ik nu doen?', grijp ik in. Maar dan op zo'n manier dat ze zelf weer actief dingen kunnen doen. Ook de gemeenschappelijke taken verdeel ik zoveel mogelijk onder de mensen. In het begin ging ik altijd de vaatwasser in- en uitruimen. Het is een willekeurig voorbeeld. Op een gegeven moment dacht ik: 'Ze hebben niets aan hun handjes.' Dat is toch een beetje de ouderwetse zorginsteek die er nog is: 'Dat doe ik wel even.' En vervolgens loop je rond met dienbladen met koffie en weet ik veel wat. Ineens dacht ik: 'Dit gaat niet zo, want ik moet én de mensen bezighouden én opruimen, koffie rondbrengen en nog veel meer. Ik dacht: 'Ze kunnen dat zelf ook.' Dan kijk je wie het interessant vindt. Daar ben je echt even mee bezig, ook met personeel en vrijwilligers. Je moet hen dan ook zeggen: 'Nee, zij kunnen het zelf doen, maak jezelf overbodig.' Dat is je uitgangspunt. Wat echt niet gaat, doe jij, maar er zijn altijd weer anderen die het wél weer kunnen overnemen. Sinds die tijd doe ik nooit meer de vaatwasser.
Wat is de impact op de cliënten, deze nieuwe manier van werken?
Ze voelen zich meer verantwoordelijk en pakken zelf dingen aan. Mooi is dat. Ze weten dat het geen dwang is, of dat ze iets moeten doen. Er zijn altijd mensen die het gewoon heel leuk vinden. Soms zeg ik weleens als grap: 'Zal ik het even doen?' Gewoon om te kijken of ze het nu echt leuk vinden. Laatst zei ik dat tegen iemand met zwaar autisme. Hij zei toen: 'Nee, dat doe ik, dat is mijn taak.' Het beperkt zich al lang niet meer tot de vaatwasser. Onze cliënten maken zelf schoon, stofzuigen en nog veel meer. Er is altijd wel iemand die iets leuk vindt om te doen. Het maakt ook dat het meer hun eigen omgeving wordt. Dat is belangrijk, dat ze denken: 'Oh ja, ik ben hier verantwoordelijk voor, want samen zorgen we dat het hier fijn is.' De gesprekken over wie wat kan doen, komen automatisch op gang. De ArtCrew is echt een plek geworden waar mensen zichzelf kunnen zijn en kunnen ontdekken.
Wat trekt jou persoonlijk aan in dit werk?
Ik ben ooit begonnen met acht man in een oud schoolgebouwtje. Ik werkte samen met Joke, die ik altijd een beetje de moeder van de ArtCrew heb gevonden. Het was in de herfst en ik had regelmatig de gedachte: 'Wat doe ik met de rest van mijn leven?' Ik reed door zo'n landweg hier in Hardenberg. Ik heb de hele wereld rondgereisd en dan kom je in Hardenberg via zo'n landweggetje in de regen en de wind in een oud schoolgebouwtje. Ik deed de deur open en het was één explosie van kleur. Dat vond ik zo geweldig. Ik zag een jongen en zei: 'Oh, wat leuk! Wat ben je aan het doen?' Hij zei: 'Wat moet je van me?' Normale mensen zouden uit beleefdheid antwoorden, maar bij hem zat er geen sociaal schilletje omheen. Mooi vond ik dat. Ik vind die directheid nog steeds bijzonder. Voor mij zijn het mensen die iets laten zien dat wij al heel lang verloren zijn. We zijn een soort kind, onbevangen en zonder schil geweest en op een gegeven moment is er een omslag in je leven waarin je je ineens bewust wordt van je gedrag en je onbevangenheid verliest.
Kan jij uitleggen wat creativiteit en kunst met mensen doet?
Het maakt iets los in je hersenen. Je gaat anders denken. Daarmee wil ik iets uit iemand halen. Soms loop ik de hele dag, ook thuis, te denken: 'Hoe kom ik binnen bij iemand en hoe kan ik iets moois naar boven halen?' Zo was er een keer een cliënt die wat nors was en chagrijnig. Dan probeer ik haar uit deze stemming te halen door te zeggen: 'Kom, we gaan een foto maken. Jij wordt het fotomodel, ik word de fotograaf, en een vrijwilligster wordt de assistente.' Dat vond ze leuk en spannend. Dan hebben we dikke pret. Het moest natuurlijk wel een kunstzinnige foto worden. Dus ik drapeerde allemaal stof om haar gezicht heen. 'Niet lachen,' zei ik, en natuurlijk moest ze dan juist wel lachen en vielen alle doeken er weer af. Moesten we weer opnieuw met het levende kunstwerk beginnen. Zo heb je het ontzettend leuk, is alle energie los. Het is zo'n mooie foto geworden dat zelfs de mensen die met haar werken, vragen: 'Wie is dat?' Ze had gewoon een heel andere uitdrukking.
Zijn er ook andere activiteiten behalve creatieve dingen?
We wandelen 's middags na het eten, maar dat is niet het wandelen om te gaan wandelen. Het heeft een doel. Er is één jongen die het Prader-Willi syndroom heeft. Hij kan niet zo lang stilzitten. Toen dacht ik: 'We gaan een wandelmoment inlassen.' Ook omdat dat lekker is, want iedereen zit anders de hele dag achter de werktafel. Na het eten gaan we dus wandelen. Ik heb die jongen directeur van de wandelclub gemaakt. Ineens werd hij belangrijk. Ik zei: 'Jij gaat het regelen.' Daar is hij heel druk mee. Een keer was er regen voorspelt en hij zei:' We gaan wandelen, want dat doen we elke dag.' Ik zei: 'Ik ga me niet helemaal kletsnat laten regenen hoor. We kunnen op internet kijken op weeronline.' Samen zochten we de weersvoorspelling op. 'Kijk, dat is de regen en daar is het droog, om half 2.' En dan besluit hij dat we een half uurtje later gaan wandelen. Niet omdat ik dat zeg, maar omdat ik hem heb geleerd hoe hij een goed besluit kan nemen.
Wat vinden verwanten van de ArtCrew?
Die jongen waar ik het net over had, tekende vroeger altijd hetzelfde, namelijk dieren. Op een gegeven moment heb ik hem geleerd om op de computer dingen te doen. Hij maakt nu foto's, bewerkt ze met Photoshop, zet er teksten in. Hij heeft geleerd dat hij het per mail naar de hoofdcomputer kan sturen, om vervolgens uit te printen. Zijn moeder was hier laatst en ik liet haar zien wat haar zoon allemaal doet. Ze was heel verbaasd en trots. Weet je, iedereen heeft zijn eigen level van ontwikkeling. Als je mij naast Einstein zet, dan ben ik heel dom. Jij hebt een ander ontwikkelingsniveau dan ik, maar we groeien allemaal. Juist door naast elkaar te staan.
Zo is er ook een jongen die zichzelf slaat en zijn ouders mist. Ze worden ouder en hij ziet ze niet meer. Ik zei tegen hem: 'Jij wordt volwassen en daar hoort dat bij. Daar hoort bij dat je je ouders minder ziet. Maar je hebt toch WhatsApp. Stuur eens een berichtje, bijvoorbeeld met een foto van de tekening die je gemaakt hebt.' Later kwam hij naar mij toe en zei: 'Bert, ik sla mezelf al veel minder en ik heb mijn ouders vorige week een berichtje gestuurd, dat het goed met mij gaat.' Dat vond ik zo ontroerend.